Over het kindsdeel bij een erfenis hoeft de langstlevende ouder geen rente te betalen zolang het erfdeel niet opeisbaar is. Pas op het moment dat het kindsdeel werkelijk uitbetaald moet worden, bijvoorbeeld bij het overlijden van de langstlevende ouder, komt de rente in beeld. Dat is een belangrijk verschil dat veel mensen over het hoofd zien.
Hoe werkt het kindsdeel bij een erfenis?
Wanneer een ouder overlijdt en er kinderen zijn, heeft ieder kind wettelijk recht op een erfdeel. Bij een huwelijk laat het testament vaak de langstlevende ouder alles erven, maar de kinderen houden hun wettelijk erfdeel als vordering. Dit heet het kindsdeel. De kinderen krijgen hun geld niet meteen, maar hebben een schuld van de langstlevende ouder aan hen uitstaan. Die schuld wordt pas opgeëist bij het overlijden van de langstlevende ouder, of in sommige gevallen eerder als dat in het testament is geregeld.
Dit systeem heet de wettelijke verdeling. Het is de standaardregeling in Nederland als er geen testament is, of als het testament de wettelijke verdeling volgt. De kinderen zijn dan schuldeisers van de langstlevende ouder, maar kunnen hun geld in de meeste gevallen nog niet ophalen.
Rente over het kindsdeel: wanneer betaal je die?
De rente over het kindsdeel bij de erfenis hoeft pas betaald te worden op het moment dat het erfdeel ook daadwerkelijk opeisbaar wordt. Zolang de langstlevende ouder leeft en het kindsdeel “bevroren” is, loopt er wel rente op de vordering, maar die hoeft pas te worden voldaan bij de afwikkeling van de nalatenschap van de langstlevende. Dat is gunstig voor de langstlevende ouder: die wordt niet meteen geconfronteerd met rentebetalingen terwijl het geld nog niet is uitbetaald.
De rente telt wel mee. Over de jaren dat de vordering open staat, stapelt de rente op. Bij de uiteindelijke afwikkeling is het kindsdeel dus hoger dan het originele bedrag bij het eerste overlijden. Dat kan flink oplopen als de langstlevende nog tientallen jaren leeft.
Hoe hoog is de rente op het kindsdeel?
De hoogte van de rente hangt af van wat er in het testament is afgesproken. Als het testament niets regelt, geldt de wettelijke rente. Die wordt jaarlijks vastgesteld door de overheid en kan van jaar tot jaar variëren. Testamenten bevatten soms een afwijkende rente, bijvoorbeeld een vast percentage. In de praktijk komen percentages van 6% per jaar voor in oudere testamenten, maar dit varieert sterk.
Een rekenvoorbeeld maakt dit concreet. Stel dat een kind een kindsdeel heeft van 50.000 euro en de rente is 6% per jaar. Na 10 jaar is de vordering opgelopen tot ruim 89.500 euro. Bij 20 jaar zou dat (zonder samengestelde rente) al 110.000 euro zijn. Let op: dit zijn puur rekenkundige voorbeelden om de werking te laten zien. De werkelijke bedragen hangen af van de situatie en het testament.
Wat staat er in het testament?
Het testament speelt een grote rol bij de rente over het kindsdeel. Ouders kunnen bij het opstellen van een testament kiezen voor een specifieke rentevoet en kunnen ook vastleggen wanneer het kindsdeel precies opeisbaar is. Sommige testamenten maken het kindsdeel al eerder opeisbaar, bijvoorbeeld als de langstlevende ouder hertrouwt of in een zorginstelling terechtkomt. In dat geval kan de rente ook eerder betaald moeten worden.
Heb je geen testament of staat er niets over rente in, dan geldt de wettelijke regeling. Dat hoeft niet altijd de beste uitkomst te zijn voor de kinderen of voor de langstlevende ouder. Het loont om dit bij het opstellen van een testament goed door te nemen met een notaris.
Wat betekent dit voor de praktijk?
Voor de langstlevende ouder is het goed nieuws dat er geen directe betalingsverplichting is zolang het kindsdeel niet opeisbaar is. Er hoeft dus niet jaarlijks rente te worden overgemaakt aan de kinderen. Toch is het verstandig om de opbouw bij te houden, zodat er bij de afwikkeling van de tweede nalatenschap geen verrassingen zijn over de totale omvang van de vorderingen.
Voor de kinderen betekent het dat hun vordering in de loop der jaren groeit door de rente. Ze hoeven niets te ontvangen zolang de langstlevende ouder leeft, maar ze bouwen wel een aangroeiende vordering op. Bij de verdeling van de nalatenschap van de langstlevende ouder wordt dit meegenomen in de berekening.
Twijfel je over de concrete situatie in jouw nalatenschap, dan is advies van een notaris of een gespecialiseerde financieel planner de meest betrouwbare stap. De renteberekening en opeisbaarheid hangen namelijk sterk af van de specifieke tekst van het testament en de omstandigheden.
