Rente op vordering erfenis: wat krijgen de kinderen en hoe werkt het?

//

Bij de wettelijke verdeling van een erfenis krijgen kinderen een vordering op de langstlevende ouder, ter grootte van hun erfdeel. Over die vordering kan rente worden berekend. Die rente op de vordering uit de erfenis zorgt ervoor dat kinderen gedurende de periode dat de langstlevende ouder nog leeft, toch al iets van het erfrecht “voelen”, ook al ontvangen ze het geld pas later.

Of er rente wordt vergoed, hoe hoog die is en wat de fiscale gevolgen zijn: dat zijn precies de vragen die spelen als een ouder overlijdt en de wettelijke verdeling van toepassing is. Hieronder staat alles wat je hierover moet weten.

Hoe ontstaat de vordering bij de wettelijke verdeling?

Als een gehuwde of geregistreerd partner overlijdt en er geen testament is, geldt automatisch de wettelijke verdeling. De langstlevende ouder krijgt alle bezittingen en schulden. De kinderen krijgen een vordering op de langstlevende ouder ter grootte van hun erfdeel in geld. Ze kunnen dat bedrag niet direct opeisen. De vordering wordt pas opeisbaar als de langstlevende ouder overlijdt, of in sommige gevallen bij faillissement of schuldsanering.

Stel: een vader overlijdt en laat een vermogen na van 300.000 euro. Hij was getrouwd en had twee kinderen. Het vermogen wordt verdeeld in drie gelijke delen: moeder krijgt de helft (150.000 euro), en elk kind heeft een vordering van 75.000 euro op moeder. Die vordering staat op papier, maar de kinderen zien het geld pas als moeder overlijdt.

Rente op de vordering erfenis: waarom bestaat die?

Omdat de kinderen jaren kunnen wachten voordat ze hun erfdeel daadwerkelijk ontvangen, schrijft de wet voor dat er een rentevergoeding kan worden berekend. Zonder rente zou de vordering door inflatie en tijdsverloop in waarde dalen. Door het betalen van rente krijgen de kinderen feitelijk al een deel van het genot van het stukje erfenis waarop ze recht hebben, ook terwijl de langstlevende ouder nog leeft.

De rente is ook fiscaal relevant. Vanuit erfbelasting-perspectief bepaalt de Belastingdienst mede op basis van de rentevergoeding wat de waarde van de vordering op het moment van overlijden is. Een hogere rente verhoogt de waarde van de vordering, een lagere rente verlaagt die.

Welk rentepercentage geldt?

In de wet is bepaald dat de wettelijke rente op de vordering minimaal 6% per jaar bedraagt, tenzij in een testament een ander percentage is vastgelegd. Dit percentage is een wettelijk minimum dat van toepassing is bij de wettelijke verdeling zonder testament. In een testament kan een hogere of lagere rente worden afgesproken, maar de Belastingdienst hanteert dit percentage als uitgangspunt bij de berekening van erfbelasting als er niets anders is vastgelegd.

In de praktijk wijken testamenten regelmatig af van dit percentage. Sommige testamenten bevatten een samengesteld rentepercentage, anderen koppelen de rente aan de marktrente of aan een vaste afwijkende voet. Het is dus altijd zinvol om het testament goed door te lezen of te laten controleren door een notaris.

Betaalt de langstlevende ouder de rente ook echt uit?

Niet altijd. De rente hoeft niet jaarlijks te worden uitbetaald. In veel gevallen wordt de rente bijgeschreven bij de hoofdsom van de vordering. De kinderen ontvangen dan pas zowel de oorspronkelijke vordering als de opgebouwde rente op het moment dat de vordering opeisbaar wordt, doorgaans bij het overlijden van de langstlevende ouder.

Als de rente wél jaarlijks wordt uitbetaald, is dat inkomen voor de kinderen en kan het gevolgen hebben voor hun belastingaangifte. Wordt de rente bijgeschreven, dan telt het mee bij de uiteindelijke erfenis van de langstlevende ouder en wordt het dan belast met erfbelasting.

Gevolgen voor de erfbelasting

De vordering die een kind heeft op de langstlevende ouder, telt mee bij de berekening van erfbelasting. Op het moment van overlijden van de eerste ouder moet de vordering worden gewaardeerd. Daarvoor wordt onder andere de rente gebruikt: hoe hoger de rente, hoe hoger de contante waarde van de vordering, en hoe meer erfbelasting er mogelijk verschuldigd is.

Omgekeerd geldt: als de langstlevende ouder later overlijdt, mag het kind de vordering (inclusief opgebouwde rente) aftrekken van de erfenis. Zo wordt dubbele belasting zoveel mogelijk voorkomen.

Een rekenvoorbeeld: een kind heeft een vordering van 75.000 euro op moeder. Over een periode van tien jaar is daar 6% enkelvoudige rente over bijgekomen: dat is 45.000 euro aan rente. Het kind ontvangt bij het overlijden van moeder dus 120.000 euro, maar heeft op de erfenis van moeder een aftrekpost van datzelfde bedrag.

Wat kun je zelf regelen?

Als je als ouder wilt afwijken van de wettelijke rente van 6%, moet dat in een testament worden vastgelegd. Dat kan zinnig zijn als je verwacht dat de langstlevende ouder weinig liquide middelen heeft en het uitkeren of opbouwen van rente een last wordt. Maar let op: een te lage rente kan fiscaal nadelig uitpakken voor de kinderen, omdat hun vordering dan minder waard is en ze bij het overlijden van de langstlevende minder kunnen aftrekken.

Wil je als kind weten waar je precies aan toe bent, dan is het verstandig om de boedelomschrijving en het eventuele testament op te vragen bij de notaris die de erfenis afhandelt. Daarin staat de hoogte van de vordering, het rentepercentage en de voorwaarden voor opeisbaarheid.

De rente op een vordering uit een erfenis lijkt op het eerste gezicht een technisch detail, maar heeft grote invloed op wat de kinderen uiteindelijk ontvangen en hoeveel erfbelasting er over de jaren heen wordt betaald. Het loont om dit punt niet te laten liggen en tijdig met een notaris of belastingadviseur door te nemen.

Contacteer ons voor advies

Notaris Vergelijk
Kalverstraat 1 Amsterdam
Nederland, 1001 AA

+31 6 12345678 (nog niet in gebruik) info@notaris-vergelijk.nl