Als iemand een testament heeft opgesteld, bepalen de erfgenamen met testament wie de erfenis ontvangt en in welke verhouding. De overledene wijst daarin zelf aan wie erft: dat kunnen familieleden zijn, maar ook vrienden, een partner zonder huwelijk of zelfs een goed doel. Een testament geeft de overledene dus veel vrijheid, maar die vrijheid heeft ook grenzen.
Dit artikel legt precies uit hoe erfgenamen in een testament worden aangewezen, wat dat betekent voor hun rechten en plichten, en waar je als erfgenaam op moet letten.
Wie kun je aanwijzen als erfgenaam met testament?
In een testament mag je in principe iedereen aanwijzen als erfgenaam. Familieleden zoals kinderen, kleinkinderen of broers en zussen zijn een voor de hand liggende keuze, maar het mag ook een goede vriend zijn, een stiefkind zonder wettelijk erfrecht, een niet-getrouwde partner of een organisatie zoals een stichting of vereniging. Dat maakt het testament een krachtig instrument: zonder testament erven alleen de wettelijke erfgenamen (de zogeheten versterferfgenamen), en dan worden vrienden of ongehuwde partners vaak helemaal overgeslagen.
Je kunt in een testament ook bepalen welk deel elke erfgenaam krijgt. Wil je dat de ene erfgenaam de helft krijgt en de andere twee elk een kwart? Dat leg je vast in het testament. Zonder zo’n verdeling geldt in principe een gelijke verdeling over de aangewezen erfgenamen.
De legitieme portie: de grens van testamentsvrijheid
Een overledene kan kinderen niet volledig onterven. Kinderen hebben altijd recht op hun legitieme portie, ook als het testament hen niets toekent. De legitieme portie is de helft van wat een kind wettelijk gezien zou erven als er geen testament was. Stel dat er twee kinderen zijn en een nalatenschap van 200.000 euro: wettelijk zouden zij elk 100.000 euro krijgen. De legitieme portie per kind is dan 50.000 euro. Een kind dat is onterfd, kan dat bedrag alsnog opeisen bij de andere erfgenamen.
Wat kinderen via de legitieme portie niet kunnen: spullen uit de erfenis opeisen of meepraten over de verdeling. Ze hebben alleen recht op een geldbedrag. Andere familieleden, zoals broers, zussen of ouders, hebben geen legitieme portie. Zij kunnen in een testament volledig worden overgeslagen.
Erfgenamen met testament: rechten en plichten op een rij
Als je als erfgenaam in een testament staat aangewezen, krijg je niet alleen een deel van de erfenis, maar ook de bijbehorende verantwoordelijkheden. Je kunt kiezen uit drie opties:
- Zuiver aanvaarden: je aanvaardt de erfenis volledig, inclusief eventuele schulden. Als de schulden groter zijn dan de bezittingen, betaal je het verschil zelf.
- Beneficiair aanvaarden: je aanvaardt de erfenis, maar alleen voor zover er iets overblijft na betaling van de schulden. Dit is de veiligste keuze als je niet zeker weet hoe de financiën van de overledene eruitzagen.
- Verwerpen: je weigert de erfenis volledig. Je erft dan niets, maar bent ook nergens voor aansprakelijk.
De keuze moet worden vastgelegd bij de rechtbank. Doe je niets en handel je met goederen uit de nalatenschap alsof ze al van jou zijn, dan word je automatisch geacht zuiver te hebben aanvaard. Dat kan risico’s meebrengen bij schulden.
Legatarissen versus erfgenamen: een belangrijk verschil
In een testament staat soms ook wie een legaat ontvangt. Een legataris is geen erfgenaam, maar ontvangt een specifiek voorwerp of een geldbedrag uit de erfenis. Denk aan een schilderij, een auto of 5.000 euro. Het verschil met een erfgenaam is groot: een erfgenaam erft een deel van de hele nalatenschap (inclusief schulden), terwijl een legataris alleen recht heeft op wat is omschreven, zonder aansprakelijkheid voor schulden.
Controleer dus goed of je in het testament als erfgenaam staat of als legataris. Beide zijn positief, maar de gevolgen zijn heel anders.
Hoe weet je of je erfgenaam bent via een testament?
Na het overlijden wordt een testament geregistreerd in het Centraal Testamentenregister (CTR). Een notaris kan hier navraag doen en het testament openen. Als erfgenaam heb je recht op inzage. De notaris informeert vervolgens alle betrokkenen over hun positie in de nalatenschap.
Heb je het vermoeden dat er een testament is maar weet je het niet zeker? Vraag dan bij de notaris of via het CTR na of er een testament is geregistreerd. Dat is een eenvoudige stap die je niet mag overslaan, want zonder die check weet je niet of jouw wettelijke erfrecht misschien al via een testament is aangepast.
Wat als het testament onduidelijk is of betwist wordt?
Testamenten worden soms aangevochten, bijvoorbeeld als er twijfel is over de wilsbekwaamheid van de overledene op het moment van ondertekening, of als een erfgenaam vindt dat er onder druk is getekend. In dat geval beslist de rechter. Een notarieel testament (opgesteld én bewaard door een notaris) is veel moeilijker aan te vechten dan een eigenhandig geschreven testament, ook wel codicil genoemd. Het laten opstellen van een testament door een notaris biedt dus meer zekerheid voor alle betrokkenen.
Als erfgenaam in een testament is het verstandig om de stappen rond aanvaarding of verwerping niet te snel te zetten. Laat een notaris of jurist de nalatenschap eerst in kaart brengen, zeker als er schulden in het spel zijn. Dat voorkomt onaangename verrassingen achteraf.
