Een voorschot op de erfenis bij leven is in de ogen van de belastingdienst gewoon een schenking, en daarmee gelden de regels voor schenkbelasting. Of je nu geld, een woning of andere bezittingen doorgeeft aan je kinderen of andere erfgenamen: zodra je dat bij leven doet, valt het onder het schenkingsrecht. De belastingdienst heeft daar duidelijke regels over, inclusief een belangrijke uitzondering als de schenker kort daarna overlijdt.
Wat is een voorschot op de erfenis bij leven?
Een voorschot op de erfenis bij leven houdt in dat je als ouder (of andere toekomstige erflater) alvast een deel van je vermogen overdraagt aan degene die later je erfgenaam wordt. Dit gebeurt vaak om alvast te profiteren van belastingvrijstellingen, of simpelweg omdat de ontvanger het geld nu beter kan gebruiken dan later. Juridisch gezien is zo’n overdracht een schenking: de gever doet afstand van vermogen zonder daar iets voor terug te krijgen.
In de praktijk kan een voorschot op de erfenis de vorm aannemen van een geldbedrag, een woning, een bedrijf of een andere bezitting. Sommige ouders spreken ook af dat het bedrag later wordt verrekend met de erfenis. Dat verrekenbeding heeft gevolgen voor de verdeling van de nalatenschap, maar verandert niets aan de belastingregels die gelden op het moment van de schenking zelf.
Voorschot erfenis bij leven en de belastingdienst: schenkbelasting
De belastingdienst behandelt een voorschot op de erfenis als een gewone schenking. De ontvanger betaalt schenkbelasting over het bedrag dat boven de jaarlijkse vrijstelling uitkomt. Die vrijstelling verschilt per situatie. Tussen ouders en kinderen geldt een hogere vrijstelling dan tussen andere mensen. De vrijstellingsbedragen worden jaarlijks aangepast; controleer de actuele bedragen op belastingdienst.nl.
Naast de jaarlijkse vrijstelling bestaat er voor kinderen tussen bepaalde leeftijden een eenmalig verhoogde vrijstelling, bijvoorbeeld voor een eigen woning of studie. Als je als kind zo’n eenmalige vrijstelling al eerder hebt gebruikt, kun je die niet nog een keer benutten. De belastingdienst houdt dit bij via de aangifte schenkbelasting die de ontvanger indient.
De 180-dagenregeling: als de schenker overlijdt na de schenking
Hier zit een belangrijk aandachtspunt dat veel mensen niet kennen. Als de schenker overlijdt binnen 180 dagen na het doen van een schenking, beschouwt de belastingdienst die schenking als onderdeel van de erfenis. Dit staat in de erfbelastingregels en heeft praktische gevolgen voor de aangifte.
Wat dit in de praktijk betekent: stel dat een ouder in januari een bedrag schenkt aan een kind, en in juni van datzelfde jaar overlijdt. Dan valt die schenking alsnog in de nalatenschap. De erfgenamen moeten dit meenemen in de aangifte erfbelasting. Het bedrag telt mee voor de berekening van de erfbelasting, alsof de schenking nooit heeft plaatsgevonden. Schenkbelasting die al is betaald over diezelfde schenking, wordt verrekend zodat er geen dubbele belasting ontstaat.
De 180-dagenregel geldt niet voor alle schenkingen op dezelfde manier. Sommige schenkingen, zoals schenkingen waarvoor een notariële akte verplicht is of die vallen onder een specifieke regeling, kunnen anders uitpakken. Raadpleeg bij twijfel een notaris of belastingadviseur.
Wanneer is een voorschot op de erfenis fiscaal slim?
Door jaarlijks gebruik te maken van de schenkingsvrijstelling bouw je als ouder over meerdere jaren vermogen over aan je kinderen, zonder dat zij schenkbelasting betalen. Dit heet progressief schenken. Over een periode van tien jaar kan dit een aanzienlijk bedrag zijn dat belastingvrij wordt overgedragen, afhankelijk van de vrijstellingen in die jaren.
Een voorschot is minder gunstig als het gaat om een groot bedrag ineens dat boven de vrijstelling uitkomt, zeker als de schenker op hoge leeftijd is of een slechte gezondheid heeft. Door de 180-dagenregel kan de schenking dan toch onder de erfbelasting vallen, terwijl ook nog schenkbelasting was verschuldigd. De verrekening voorkomt dubbele belasting, maar de administratieve rompslomp is groter.
Aangifte doen: wie doet wat?
De ontvanger van de schenking is verantwoordelijk voor het doen van aangifte schenkbelasting. Dit doe je via de website van de belastingdienst, doorgaans in het jaar na de schenking. Als de schenker vervolgens binnen 180 dagen overlijdt, moeten de erfgenamen de schenking vermelden in de aangifte erfbelasting. De belastingdienst beoordeelt dan of schenkbelasting al is verrekend of nog verrekend moet worden.
Gaat het om een schenking van een onderneming of een woning, dan is vaak een notaris betrokken. De notaris zorgt dan voor de juiste vastlegging en informeert de belastingdienst. Bij schenkingen van geld zonder notaris ligt de verantwoordelijkheid volledig bij de betrokken partijen zelf.
Een voorschot op de erfenis bij leven kan een slimme manier zijn om vermogen door te geven, maar de belastingregels zijn precies. De 180-dagenregel is daarin de meest onderschatte valkuil. Zorg dat je de aangifte correct indient en schakel bij grotere bedragen of complexe situaties een belastingadviseur of notaris in. Zo voorkom je verrassingen achteraf.
