Bij een erfenis waarbij dementie in het spel is, draait alles om één centrale vraag: was de overledene nog wilsbekwaam toen hij of zij een testament maakte of wijzigde? En bij een nalatenschap waarbij de langstlevende partner dement is, speelt dezelfde vraag opnieuw: kan die partner nog rechtsgeldig beslissingen nemen over de erfenis? Dit zijn geen theoretische vragen. In de praktijk bepalen ze of een testament geldig is, of een erfgenaam aanspraken kan maken en hoe de afwikkeling verloopt.
Wilsbekwaamheid: de kern bij erfenis en dementie
Wilsbekwaamheid betekent dat iemand begrijpt wat hij of zij besluit, de gevolgen kan overzien en vrijwillig handelt zonder druk van buitenaf. Bij dementie tast de ziekte dit vermogen aan, maar dementie op zichzelf maakt iemand niet automatisch wilsonbekwaam. In een vroeg stadium kan iemand met dementie nog heel goed beseffen wat een testament inhoudt en wat hij of zij wil nalaten.
Een notaris beoordeelt bij het opstellen of wijzigen van een testament of de persoon op dat moment wilsbekwaam is. Twijfelt de notaris, dan kan hij of zij besluiten geen medewerking te verlenen en eventueel een arts of specialist raadplegen. Die beoordeling is een momentopname: iemand kan op een goed moment van de dag helder zijn en op een slecht moment niet. Het tijdstip van de afspraak bij de notaris kan dus letterlijk uitmaken.
Is een testament bij dementie geldig?
Een testament dat is opgesteld terwijl de testateur wilsonbekwaam was, kan achteraf worden aangevochten door erfgenamen. Dat is een juridische procedure die bewijs vraagt: medische verklaringen, getuigenissen en soms een reconstructie van de geestestoestand op het moment van ondertekening. Hoe ouder het testament, hoe lastiger dat bewijs te leveren is.
Werd het testament opgesteld vóór de dementie begon, dan staat het in principe gewoon. Een oud, geldig testament blijft van kracht tenzij het later rechtsgeldig is gewijzigd of herroepen. Erfgenamen die twijfelen aan de wilsbekwaamheid moeten de bewijslast dragen: zij moeten aantonen dat de testateur niet bekwaam was, niet andersom.
Laat iemand géén testament achter en was hij of zij al dement vóór het overlijden, dan geldt gewoon het wettelijk erfrecht. Kinderen en de langstlevende partner erven dan volgens de wettelijke verdeling, ongeacht de dementie.
De langstlevende partner is dement: wat nu?
Veel nalatenschappen worden verdeeld terwijl de langstlevende partner nog leeft. Is die partner dement, dan ontstaat een praktisch probleem. Voor de afwikkeling van een nalatenschap moet worden vastgesteld of de langstlevende nog wilsbekwaam is, want een wilsonbekwame partner kan niet rechtsgeldig instemmen met een boedelverdeling, een testament verwerpen of een erfenis aanvaarden.
In zo’n situatie wordt vaak een bewindvoerder of mentor aangesteld via de rechtbank. Die persoon mag dan namens de demente partner juridische beslissingen nemen, ook over de erfenis. Zonder zo’n wettelijke vertegenwoordiging kan de afwikkeling volledig vastlopen.
Heeft de demente partner zelf eerder een levenstestament of notariële volmacht opgesteld, dan kan de daarin aangewezen gevolmachtigde die rol overnemen. Dit is precies waarom een levenstestament zo waardevol is: het voorkomt dat de rechter later een onbekende bewindvoerder aanstelt.
Erfbelasting en dementie: geen aparte regels
Voor de erfbelasting maakt dementie van de overledene of de langstlevende geen verschil. De gewone vrijstellingen gelden: de partner heeft recht op een vrijstelling van (naar schatting rond 800.000 euro in 2026, geïndexeerd door de Belastingdienst), kinderen op een lagere vrijstelling. Een demente langstlevende partner valt niet in een andere belastingcategorie. Wel is het belangrijk dat de wettelijke vertegenwoordiger de aangifte erfbelasting tijdig regelt, want de termijnen lopen gewoon door.
Voorkomen is beter: regel het op tijd
Bij een diagnose dementie is er vaak nog een periode waarin iemand wilsbekwaam is. Dat venster is waardevol. In die fase kan iemand nog zelf een testament opstellen of aanpassen, een levenstestament maken en een gevolmachtigde aanwijzen. Wacht je te lang, dan neemt de rechter die regie over en heb je zelf geen invloed meer op wie de beslissingen neemt.
Erfgenamen doen er verstandig aan om bij een demente familielid niet te wachten met het gesprek over de erfenis. Niet om de erfenis zelf, maar om de afwikkeling straks soepel te laten verlopen en gedoe of juridische procedures te voorkomen.
Kortom: dementie en erfenis raken elkaar op meerdere punten, maar de kern is altijd wilsbekwaamheid. Regel een testament en een levenstestament zo vroeg mogelijk na een diagnose, schakel bij twijfel een notaris in en laat de rechtbank een bewindvoerder aanstellen als de partner niet meer voor zichzelf kan opkomen. Zo blijft de erfenis beheersbaar, ook in een moeilijke situatie.
