Als je spaargeld onderbrengt in een spaar-BV en je overlijdt, dan erven je nabestaanden geen gewoon bankrekening maar aandelen in een vennootschap. Dat heeft grote gevolgen voor hoe de erfbelasting wordt berekend en hoeveel er uiteindelijk van het vermogen overblijft. Begrijpen hoe een erfenis via een spaar-BV werkt, is dan ook geen detail maar een wezenlijk onderdeel van de keuze om een spaar-BV op te richten.
Wat is een spaar-BV en waarom speelt erfenis een rol?
Een spaar-BV is een besloten vennootschap die je opricht om spaargeld buiten box 3 te houden. In box 3 betaal je belasting over een fictief rendement, ook als je spaargeld nauwelijks rente oplevert. Door het geld in een BV te plaatsen, valt het onder box 2 of de vennootschapsbelasting, wat bij hogere vermogens voordeliger kan uitpakken. De kosten en complexiteit maken het pas interessant bij bedragen van naar schatting 200.000 euro of meer (algemeen aangehouden richtlijn, afhankelijk van de accountant en situatie in 2025-2026).
Bij overlijden gaat niet het spaargeld zelf over naar de erfgenamen, maar gaan de aandelen van de BV over. Die aandelen vertegenwoordigen de waarde van het vermogen dat in de BV zit. Dat klinkt als een technisch verschil, maar het heeft concrete gevolgen voor de erfbelasting en voor wat nabestaanden later nog aan belasting betalen als zij het geld willen opnemen.
Hoe werkt de erfbelasting bij een spaar-BV erfenis?
Bij overlijden betalen erfgenamen erfbelasting over de waarde van de geërfde aandelen. De fiscus kijkt naar de zogeheten waarde in het economische verkeer van de aandelen op het moment van overlijden. Staat er 500.000 euro aan spaargeld in de BV, dan is de aandelenwaarde ruwweg 500.000 euro, en daarover wordt erfbelasting geheven.
De erfbelasting is dus niet lager omdat het vermogen in een BV zit. Het tarief hangt af van de relatie tot de overledene. Partners en kinderen betalen een lager tarief dan verdere familieleden of niet-verwanten, en er gelden vrijstellingen. Die vrijstellingen en tarieven zijn geregeld in de Successiewet en worden jaarlijks geïndexeerd door de Belastingdienst.
Wat wél anders is dan bij direct spaargeld: de erfgenamen erven aandelen, geen contant geld. Ze kunnen de erfbelasting niet zomaar uit de BV zelf halen zonder extra belasting te betalen. Dat is een belangrijk praktisch aandachtspunt.
Het dubbele belastingprobleem: erfbelasting én aanmerkelijkbelangbelasting
Hier zit het echte aandachtspunt van een spaar-BV erfenis. Als erfgenamen de aandelen later verkopen of de BV ontbinden en het geld opnemen, betalen zij over de winst in de BV aanmerkelijkbelangbelasting in box 2. In 2025 geldt er een tweeschijvenstelsel in box 2: over de eerste 67.000 euro winst per persoon per jaar (fiscaal partners samen 134.000 euro) bedraagt het tarief 24,5%, daarboven 33%.
Dat betekent dat over hetzelfde vermogen in principe twee keer belasting wordt geheven: eerst erfbelasting bij overlijden, dan aanmerkelijkbelangbelasting bij uitkering. De overheid heeft hier een gedeeltelijke tegemoetkoming voor: de erfgenamen mogen de betaalde erfbelasting verrekenen met de aanmerkelijkbelangbelasting. Zo wordt het dubbele effect gedempt, maar niet volledig weggenomen. De verrekening is namelijk niet altijd euro voor euro, en de regels zijn technisch. Een fiscalist raadplegen is hier geen overbodige luxe.
Wanneer is een spaar-BV voordelig bij erfenis, en wanneer niet?
Een spaar-BV kan voordelig zijn als het vermogen tijdens leven zorgt voor een lagere box 3-belasting, en als de erfgenamen de BV langzaam en slim leegmaken. Door jaarlijks tot de laagste aanmerkelijkbelangtariefschijf op te nemen, beperken zij de belastingdruk. Daarvoor is tijd en planning nodig.
Het is minder gunstig als erfgenamen snel liquiditeit nodig hebben. Ze kunnen de erfbelasting niet betalen uit de BV zonder aanmerkelijkbelangbelasting te triggeren. Ze moeten dan of eigen middelen aanspreken, of ze betalen op twee fronten tegelijk belasting. Ook als het vermogen laag is en de jaarlijkse kosten van de BV (denk aan accountantskosten en administratieplichten) hoog zijn in verhouding, wegen de voordelen niet op tegen de nadelen.
Praktisch: wat kunnen erfgenamen het beste doen?
Erfgenamen van een spaar-BV staan voor een aantal concrete keuzes. Ze kunnen de BV voortzetten en het vermogen geleidelijk opnemen, ze kunnen de BV liquideren, of ze kunnen de aandelen verkopen aan een derde. Elke route heeft andere belastinggevolgen.
- BV voortzetten en geleidelijk uitkeren: spreid de uitkeringen over meerdere jaren om het lage box 2-tarief optimaal te benutten. Dit vraagt geduld maar is fiscaal vaak de meest efficiënte route.
- BV direct liquideren: snel klaar, maar de volledige winst valt in één jaar in box 2. Bij grotere vermogens leidt dit snel tot het hogere tarief van 33%.
- Aandelen verkopen: zelden een optie bij een spaar-BV, omdat er geen bedrijfsactiviteiten zijn die een koper aantrekken.
Wat kun je als erflater nu al regelen?
Als je zelf eigenaar bent van een spaar-BV, kun je de erfenis voor je nabestaanden alvast een stuk eenvoudiger maken. Denk aan het opstellen van een goed testament waarin duidelijk is wie de aandelen erft. Overleg ook met een notaris of fiscalist of het slim is om de BV al tijdens leven gedeeltelijk af te bouwen, zodat de nalatenschap kleiner wordt en de erfbelasting meevalt.
Sommige mensen kiezen er ook voor om de spaar-BV al bij leven gedeeltelijk over te dragen aan kinderen, via schenking van aandelen. Over schenkingen betaal je schenkbelasting, maar de tarieven en vrijstellingen kunnen gunstiger uitpakken dan erfbelasting, afhankelijk van de situatie. Dit valt buiten de standaard opzet van een spaar-BV maar is zeker het onderzoeken waard.
Een spaar-BV en erfenis is kortom geen eenvoudig onderwerp. De BV biedt tijdens leven belastingvoordeel, maar bij overlijden vraagt het van erfgenamen planning en kennis om de dubbele belastingdruk te beperken. Wie een spaar-BV overweegt of al heeft, doet er goed aan dit scenario vooraf met een fiscalist of accountant door te rekenen, zodat er geen verrassingen zijn voor wie achterblijft.
