Leefgeld bij bewindvoering is het bedrag dat je krijgt voor dagelijkse uitgaven, zoals boodschappen. Er is geen wettelijk vast minimumbedrag. Eén bewindvoerder noemt ongeveer €50 per week als eigen richtlijn voor een alleenstaande zonder kinderen, maar dat is geen bedrag dat voor iedereen geldt. Hoeveel je krijgt, hangt onder meer af van je inkomen, je vaste lasten en de uitgaven die je zelf moet betalen.
Hoe wordt het leefgeld bij bewindvoering bepaald?
Je bewindvoerder maakt een overzicht van je inkomsten en uitgaven. Daarin staat hoeveel geld beschikbaar is voor vaste lasten, eventuele schulden en je dagelijkse uitgaven. Het leefgeld is een onderdeel van dat overzicht, ook wel het budgetplan genoemd.
Bij de hoogte van je leefgeld tellen onder meer deze omstandigheden mee:
- Je inkomen en eventuele toeslagen.
- Je huur of hypotheek, energie en andere vaste lasten.
- Het aantal mensen dat van het leefgeld moet rondkomen.
- Welke uitgaven jij zelf betaalt en welke de bewindvoerder betaalt.
- Ruimte voor schulden en onverwachte kosten.
Een bedrag is daardoor niet zonder meer hoog of laag. Moet je bijvoorbeeld ook kleding en vervoer van je leefgeld betalen, dan heb je meer nodig dan wanneer die kosten apart in het budget staan.
Welke kosten betaal je van je leefgeld?
Leefgeld is meestal bedoeld voor dagelijkse boodschappen, zoals eten, drinken en verzorgingsproducten. Vaak betaal je er ook kleine huishoudelijke uitgaven van. De bewindvoerder betaalt vaste lasten, zoals huur en energie, meestal vanaf de beheerrekening.
Voor andere kosten verschillen de afspraken. Denk aan kleding, schoenen, openbaar vervoer, schoolspullen of een bezoek aan de kapper. Sommige uitgaven betaal je zelf van het leefgeld. Voor andere kan een apart bedrag in het budgetplan staan.
Vraag je bewindvoerder om een overzicht waarop staat welke kosten onder het leefgeld vallen. Dan kun je beter beoordelen of het bedrag past bij wat je ervan moet betalen.
Wanneer krijg je leefgeld op je rekening?
Je krijgt het leefgeld meestal op een aparte leefgeldrekening. Je kunt het dan zelf uitgeven met je betaalpas. Vaak wordt het bedrag wekelijks overgemaakt, maar maandelijkse uitbetaling kan ook. Bespreek welke verdeling voor jou werkt.
Wekelijks leefgeld kan helpen om je geld over de maand te verdelen. Bij een maandelijkse betaling heb je meer vrijheid om uitgaven zelf te plannen, maar moet je ook zorgen dat je geld overhoudt tot de volgende betaling.
Komt een betaling niet binnen? Neem dan contact op met je bewindvoerder en vraag of het bedrag is overgemaakt. Een weekend, feestdag of probleem bij de bank kan invloed hebben op het moment waarop je het geld ontvangt.
Kun je extra leefgeld of kleedgeld krijgen?
Extra geld is soms mogelijk als er ruimte is in het budget. Heb je bijvoorbeeld nieuwe schoenen nodig of zijn je boodschappenkosten gestegen? Leg aan je bewindvoerder uit welk bedrag je nodig hebt en waarvoor. Samen kun je bekijken of er een reservering is of dat de verdeling van het budget moet veranderen.
Voor kleedgeld bestaat geen vast bedrag dat bij iedere bewindvoering geldt. Soms zit kleding in het leefgeld, soms wordt er apart voor gespaard. Ook geld voor kinderen, zoals kinderbijslag, is niet automatisch extra leefgeld. De bestemming daarvan hangt af van de afspraken in het budgetplan.
Extra geld is niet altijd direct beschikbaar. Als er weinig inkomen is of achterstanden betaald moeten worden, kan de bewindvoerder een verzoek afwijzen. Je kunt dan vragen welke andere oplossing mogelijk is en wanneer er opnieuw naar het budget kan worden gekeken.
Mag een bewindvoerder het leefgeld verlagen of inhouden?
Een bewindvoerder kan het leefgeld aanpassen als de financiële situatie daarom vraagt. Bijvoorbeeld wanneer er tijdelijk onvoldoende geld op de beheerrekening staat. Dat betekent niet dat een verlaging zonder uitleg passend is: je hebt leefgeld nodig om dagelijkse uitgaven te kunnen doen.
Hoor je dat je minder of tijdelijk geen leefgeld krijgt? Vraag wat de reden is, hoe lang het duurt en hoe je in de tussentijd boodschappen kunt betalen. Vraag ook of er een andere oplossing mogelijk is, zoals een tijdelijke aanpassing van het budget.
Wat als je niet rondkomt of een fout ziet?
Schrijf op welke noodzakelijke uitgaven je van je leefgeld betaalt en op welk moment je geld tekortkomt. Bespreek dit met je bewindvoerder en vraag om het budgetplan samen door te nemen. Misschien staan bepaalde kosten niet in het plan of zijn je omstandigheden veranderd.
Denk je dat er een fout is gemaakt, bijvoorbeeld bij een overboeking? Vraag om uitleg en om herstel. Kom je er samen niet uit, gebruik dan de klachtenregeling van de bewindvoerder. Je kunt je zorgen ook bij de kantonrechter melden. Het Juridisch Loket kan uitleg geven over je mogelijkheden.
Veelgestelde vragen over leefgeld
Is leefgeld hetzelfde als het vrij te laten bedrag bij schuldsanering?
Nee. Het vrij te laten bedrag is het deel van je inkomen dat beschikbaar blijft voor levensonderhoud en bepaalde vaste lasten. Leefgeld is het bedrag dat je zelf ontvangt voor de uitgaven die je volgens je budgetafspraken betaalt. Bij schuldsanering kunnen aparte richtlijnen gelden.
Krijg je meer leefgeld als je kinderen hebt?
Een gezin heeft vaak meer geld nodig voor dagelijkse uitgaven dan een alleenstaande. Hoeveel leefgeld je krijgt, hangt ook af van welke kinderkosten apart uit het budget worden betaald.
Mag je sparen van je leefgeld?
Geld dat je niet uitgeeft, kun je in principe op je leefgeldrekening laten staan voor een latere uitgave. Wil je een grotere aankoop doen, bespreek die dan met je bewindvoerder, zeker als daarvoor ook geld van de beheerrekening nodig is.
Maak duidelijke afspraken over het bedrag, de betaaldag en de kosten die je zelf betaalt. Zo weet je waar je met je leefgeld aan toe bent en kun je sneller aangeven wanneer het niet genoeg is.
