Bij het overlijden van één ouder betalen kinderen in de meeste gevallen geen erfbelasting, althans niet direct. Dat komt door de wettelijke verdeling: de langstlevende ouder erft alles, en de kinderen krijgen een vordering op diezelfde ouder. Pas als ook de tweede ouder overlijdt, wordt de erfenis daadwerkelijk verdeeld en komt de vraag naar erfbelasting concreet aan de orde.
Hoe werkt de wettelijke verdeling bij overlijden van één ouder?
Als een ouder overlijdt zonder testament, geldt automatisch de wettelijke verdeling. Dat betekent dat de langstlevende ouder alle bezittingen en schulden krijgt. De kinderen erven wettelijk gezien wel mee, maar hun deel wordt omgezet in een geldvordering op de langstlevende ouder. Ze kunnen dat geld pas opeisen als die ouder zelf overlijdt, of in uitzonderlijke gevallen zoals faillissement.
Omdat de kinderen hun erfdeel niet direct ontvangen, hoeven ze er in principe ook geen erfbelasting over te betalen op het moment van het eerste overlijden. Dat klinkt prettig, maar er is een addertje onder het gras: de rente die op die vordering wordt bijgeschreven, telt later mee bij de erfenis van de tweede ouder.
Erfbelasting bij overlijden van één ouder: wat moet je aangeven?
Zelfs al betalen kinderen geen belasting bij het eerste overlijden, er moet toch een aangifte erfbelasting worden ingediend als de erfenis boven een bepaalde vrijstelling uitkomt. De Belastingdienst wil weten wat de omvang van de vordering van ieder kind is. Die waarde wordt later, bij het overlijden van de tweede ouder, verrekend.
Bij het eerste overlijden geldt voor de langstlevende partner een hoge vrijstelling. Naar schatting lag die in 2026 rond de 795.000 euro. Over het bedrag boven die vrijstelling betaalt de langstlevende ouder erfbelasting. Voor kinderen geldt een vrijstelling van naar schatting rond de 23.000 euro per kind in 2026. Maar omdat zij hun erfdeel pas later ontvangen, is die vrijstelling bij het eerste overlijden vaak niet direct relevant.
Wat er wel belast kan worden bij het eerste overlijden
Er zijn situaties waarin kinderen toch erfbelasting verschuldigd zijn bij het overlijden van de eerste ouder. Dat gebeurt als:
- Er een testament is dat afwijkt van de wettelijke verdeling, en kinderen direct een deel van de erfenis ontvangen.
- Een kind een legaat krijgt, bijvoorbeeld een specifiek geldbedrag of een goed.
- De erfenis deels buiten de wettelijke verdeling valt, zoals een levensverzekering die direct aan een kind wordt uitgekeerd.
In die gevallen geldt de vrijstelling per kind. Wat boven die vrijstelling uitkomt, wordt belast. Het tarief voor kinderen is 10% over de eerste schijf en 20% over het meerdere, waarbij die schijfgrens naar schatting rond de 152.000 euro lag in 2026.
Wat gebeurt er als ook de tweede ouder overlijdt?
Pas bij het overlijden van de tweede ouder worden de kaarten echt geschud. Elk kind ontvangt dan zijn eigen deel van de erfenis, inclusief de vordering die al bestond uit de erfenis van de eerste ouder. Over dat deel is al eerder erfbelasting betaald, zodat niet opnieuw hetzelfde bedrag wordt belast. De Belastingdienst houdt daarmee rekening.
Een rekenvoorbeeld: stel dat een kind bij het eerste overlijden een vordering van 60.000 euro op de langstlevende ouder heeft gekregen. Bij het overlijden van de tweede ouder ontvangt het kind dat bedrag (plus eventuele rente). Dat deel wordt niet opnieuw volledig belast, omdat de erfbelasting erover al is vastgelegd bij het eerste overlijden. Alleen het meerdere, de nieuwe erfenis van de tweede ouder, wordt belast boven de geldende vrijstelling.
Praktische stappen na het overlijden van één ouder
Het is verstandig om na het overlijden van één ouder een paar dingen goed te regelen:
- Controleer of er een testament is. Dat bepaalt of de wettelijke verdeling van toepassing is of niet.
- Dien op tijd aangifte erfbelasting in. De termijn is doorgaans acht maanden na het overlijden.
- Leg de hoogte van de vordering van elk kind schriftelijk vast. Dat voorkomt discussies later.
- Vraag bij een notaris of fiscalist na of er rente wordt bijgeschreven op de vorderingen, en zo ja, tegen welk percentage.
Heeft de langstlevende ouder altijd voordeel van de wettelijke verdeling?
Niet altijd. De langstlevende ouder krijgt weliswaar alle bezittingen, maar ook de schuld aan de kinderen. Bij een grote erfenis kan de erfbelasting die de langstlevende ouder zelf moet betalen behoorlijk oplopen. Bovendien kan de latere erfenis voor de kinderen groter uitvallen dan verwacht, zeker als het vermogen in de tussentijd is gegroeid.
Sommige ouders kiezen daarom bewust voor een testament met een andere verdeling, bijvoorbeeld om de belastingdruk over de erfenis van beide ouders te spreiden. Of ze maken gebruik van schenkingen tijdens hun leven om de erfenis kleiner te maken. Dat is maatwerk, en een notaris of belastingadviseur kan dan helpen om de beste keuze te maken voor de specifieke situatie.
Bij overlijden van één ouder is de erfbelasting voor kinderen dus meestal uitgesteld, niet afwezig. Zorg dat de omvang van de vorderingen goed is vastgelegd en houd rekening met de belastingdruk bij het tweede overlijden. Dat voorkomt verrassingen op een toch al moeilijk moment.
