De waarde van een erfenis bepaal je door alle bezittingen op te tellen en daar de schulden van af te trekken. Wat overblijft, is de netto waarde van de nalatenschap. Die waarde heb je nodig om te weten hoeveel erfbelasting je mogelijk moet betalen, maar ook om een eerlijke verdeling te maken als je samen met anderen erft.
Bezittingen en schulden: de basis van de berekening
De waarde van de erfenis is simpelweg: bezittingen min schulden. Bezittingen zijn alles wat de overledene had: een huis, een bankrekening, beleggingen, een auto, sieraden, meubilair en andere waardevolle spullen. Schulden zijn bijvoorbeeld een hypotheek, persoonlijke leningen, nog openstaande rekeningen of belastingschulden.
Een rekenvoorbeeld maakt dit concreet. Stel dat de overledene een huis had met een WOZ-waarde van 300.000 euro en een hypotheek van 150.000 euro. Daarbij hoorde een bankrekening met 20.000 euro en een auto van 10.000 euro. Dan ziet de berekening er zo uit:
| Bezitting of schuld | Bedrag |
|---|---|
| Woning (WOZ-waarde) | +300.000 euro |
| Bankrekening | +20.000 euro |
| Auto | +10.000 euro |
| Hypotheek | -150.000 euro |
| Netto waarde erfenis | 180.000 euro |
Hoe je de waarde van veelvoorkomende bezittingen bepaalt
Voor de meeste bezittingen gelden vaste methodes om de waarde vast te stellen. Dit zijn de belangrijkste:
- Woning: je gebruikt de WOZ-waarde die gold op de dag van overlijden. Dit is de officiële waarde die de gemeente bepaalt voor de onroerendezaakbelasting.
- Bankrekeningen en spaartegoeden: de exacte stand op de dag van overlijden. Vraag dit op bij de bank.
- Beleggingen en aandelen: de koerswaarde op de sterfdatum. Je vindt dit terug in rekeningoverzichten of via de bank.
- Auto: de dagwaarde op het moment van overlijden. Gebruik een onafhankelijke taxatie of een richtprijs via bijvoorbeeld een ANWB-taxateur.
- Inboedel en sieraden: de waarde in het economisch verkeer, dus wat iemand ervoor zou betalen. Dit is vaak lager dan de aanschafprijs. Bij twijfel laat je een taxateur langskomen.
- Levensverzekering of lijfrente: de uitkering die volgt na overlijden telt ook mee, afhankelijk van het type polis.
De peildatum voor alle waardes is de dag van overlijden. Wat daarna in waarde stijgt of daalt, telt niet mee voor de erfbelasting.
Schulden die je van de erfenis mag aftrekken
Niet alle schulden zijn automatisch aftrekbaar. Je mag de volgende schulden in mindering brengen op de erfenis:
- Hypotheekschuld op een eigen woning
- Persoonlijke leningen of doorlopend krediet
- Openstaande belastingaanslagen
- Nog te betalen rekeningen op het moment van overlijden
- Kosten voor de begrafenis of crematie
De kosten van de uitvaart zijn aftrekbaar van de erfenis, maar er geldt een maximum. Vraag bij de Belastingdienst na welk bedrag op het moment van aangifte geldt. Schulden die na het overlijden ontstaan, zoals nieuwe rekeningen op naam van de erfgenamen, tellen niet mee.
Wanneer je een taxateur nodig hebt
Voor een woning, een bedrijf of bijzondere bezittingen zoals kunst of antiek is een professionele taxatie aan te raden. Bij een woning mag je de WOZ-waarde gebruiken, maar als je denkt dat de WOZ-waarde afwijkt van de werkelijke marktwaarde, kun je een eigen taxatierapport laten opstellen. De Belastingdienst accepteert zowel de WOZ-waarde als een taxatierapport van een erkend taxateur.
Bij een eigen onderneming of aanmerkelijk belang (een belang van 5% of meer in een bv of nv) is de waardering ingewikkelder. Hiervoor is altijd een accountant of belastingadviseur nodig, omdat de regels voor bedrijfsopvolging specifiek zijn en fouten je veel geld kunnen kosten.
Waarde erfenis bepalen voor de erfbelasting: de aangifte
Als je de netto waarde van de erfenis weet, kun je bepalen hoeveel erfbelasting je verschuldigd bent. Iedereen die erft betaalt erfbelasting over het bedrag boven de vrijstelling. De vrijstelling hangt af van de relatie met de overledene: een partner heeft een hogere vrijstelling dan een kind, en een kind heeft een hogere vrijstelling dan een neef of nicht. De actuele vrijstellingsbedragen staan op de website van de Belastingdienst.
Je doet aangifte erfbelasting bij de Belastingdienst, meestal binnen acht maanden na het overlijden. In de aangifte vermeld je alle bezittingen en schulden met hun waarde op de sterfdatum. De Belastingdienst gebruikt jouw opgave als startpunt en kan vragen om onderbouwing, zoals taxatierapporten of bankafschriften.
Zorg dat je de waarde van elk onderdeel goed kunt aantonen. Bewaar taxatierapporten, bankafschriften en andere documenten zorgvuldig. Twijfel je over de juiste waardering? Schakel dan een notaris of belastingadviseur in. De kosten van professioneel advies wegen vaak op tegen de risico’s van een foutieve aangifte.
